Foto: Sjoerd Hogerhuis

Martenastate Beschränkter Zugang zur Öffentlichkeit

Öffentlich zugänglicher Landschaftspark mit Stinsenflora, gehörte zur State aus dem 15. Jahrhundert, heutiges Gebäude stammt aus 1899.

Het huidige Martenastate is een 'jong' kasteeltje. In Koarnjum (Cornjum) wijst een monumentale poort, die ooit het gebouw heeft gesierd van de Staten van Friesland, de bezoeker de weg naar het oude stateterrein, dat in het voorjaar rijk is aan stinzenflora.

Helaas is de oude state in 1899 afgebroken. Evenmin als voor zoveel andere adellijke huizen, kon er toen voor dit omvangrijke gebouwencomplex met fraaie renaissance-onderdelen, een passende bestemming worden gevonden. De eerste vermelding van een stins op deze plaats dateert uit 1468, toen het hoofdelingengeslacht Martena er woonde. Later volgden de families Burmania en Vegelin van Claerbergen, die het gebouw hebben verfraaid. Zij omringden zich met kostbaarheden. Op de state hing een unieke collectie portretten, waaronder enkele van leden van het huis Oranje-Nassau.

Het huidige gebouw ('kasteeltje') is in neo-renaissance stijl met toren en wapens ontworpen in 1899 door architect W.C. de Groot uit Leeuwarden. Het staat op een omgracht terrein. Het park met oude lanen en een vijverpartij is, in tegenstelling tot het gebouw, vrij toegankelijk. Het terrein is rijk aan stinzenflora. Naast het complex ligt de oude familiebegraafplaats van de Vegelins.

De fraaie poort bij de ingang van het park, dateert uit 1620 en heeft niet altijd op deze plek gestaan. Ooit sierde deze poort het Landschapshuis te Leeuwarden naast de Kanselarij. In het Landschapshuis kwamen de Staten van Friesland in de 18e eeuw bijeen. Halverwege de 19e eeuw werd dit gebouw afgebroken en verhuisde de poort hierheen.

In 2010 is de oude tuinmanswoning verbouwd. In deze Túnmanswente is va nalles te vinden (zie links). Studenten zwaaien er de scepter. Naast Martenastate ligt een natuurcamping.

Tot de bewoners van Martenastate behoorde de jonge David van Goirle, zoon van Swob van Martena. Na zijn studie te Franeker en Leiden schreef hij twee omvangrijke werken, waarin hij onder meer verdedigde dat er in weerwil van Aristoteles' visie kleinste deeltjes (atomen) bestaan. Na zijn overlijden op 21-jarige leeftijd werd Gorlaeus (zoals hij in academische kring werd aangeduid) begraven in de kerk van Koarnjum. 


Afbeeldingen